Ik dacht dat het liefde was: het verhaal van mijn vergissing

‘Waarom reageert hij niet?’ Mijn vingers trillen terwijl ik voor de zoveelste keer naar het scherm van mijn telefoon staar. Het blauwe vinkje staat er, maar geen antwoord. ‘Misschien is hij druk,’ fluister ik mezelf toe, maar diep vanbinnen weet ik dat het niet waar is.

‘Sanne, je moet echt stoppen met jezelf zo gek te maken,’ zegt mijn zusje Lotte terwijl ze haar koffiemok op tafel zet. ‘Je bent al de hele week niet jezelf.’

Ik kijk haar aan, probeer te glimlachen, maar het lukt niet. ‘Ik weet het niet, Lot. Met Daan voelt alles zo… intens. Alsof ik eindelijk iemand heb gevonden die me ziet.’

Lotte zucht. ‘Maar ziet hij jou wel echt? Of zie jij alleen wat je wilt zien?’

Die vraag blijft de hele dag in mijn hoofd rondspoken. Daan, met zijn donkere haar en die lach die zelfs de meest grijze maandag oplichtte, was alles wat ik ooit wilde. Toen ik hem ontmoette op het terras aan de Oudegracht, voelde ik meteen die klik. Hij bestelde een cappuccino, ik een muntthee. Onze blikken kruisten elkaar en ik wist: dit is het.

Vanaf dat moment deed ik alles om zijn aandacht te trekken. Ik lachte om zijn flauwe grappen, droeg jurken waarvan ik wist dat ze hem zouden opvallen, sprak met een stem die zachter en hoger was dan normaal – alsof ik iemand anders moest zijn om hem te plezieren.

‘Je bent zo anders als je bij hem bent,’ zei mijn moeder laatst tijdens het eten. ‘Waar is de Sanne die altijd haar eigen mening had?’

‘Mam, je snapt het niet,’ snauwde ik terug. ‘Dit is gewoon wie ik ben als ik verliefd ben.’

Maar was dat wel zo? Of was ik mezelf aan het verliezen in een droombeeld?

De weken gingen voorbij en Daan bleef onvoorspelbaar. Soms stuurde hij midden in de nacht een appje: ‘Ben je wakker?’ Mijn hart sloeg dan op hol. Andere keren hoorde ik dagen niets. Ik zocht naar excuses om hem te zien: ‘Hé, heb je zin om samen te lunchen bij Broodje Ben?’ of ‘Ik heb kaartjes voor die nieuwe film in Kinepolis.’

Meestal had hij geen tijd. Of hij kwam te laat, rook naar bier en lachte mijn onzekerheid weg met een grapje.

‘Sanne, waarom doe je jezelf dit aan?’ vroeg Lotte op een avond terwijl we samen op de bank zaten. ‘Je verdient beter dan iemand die je alleen aandacht geeft als het hem uitkomt.’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Misschien moet ik gewoon harder mijn best doen. Misschien ben ik niet leuk genoeg zoals ik ben.’

Die woorden deden pijn, maar ze kwamen uit mijn eigen mond.

Op een regenachtige donderdagavond besloot ik het hem te vragen. Ik stond voor zijn deur in Utrecht, mijn jas doorweekt, mijn hart bonzend in mijn borst.

Hij deed open, keek verbaasd. ‘Sanne? Wat doe jij hier?’

‘We moeten praten,’ zei ik zacht.

Hij liet me binnen, zonder enthousiasme. De woonkamer rook naar sigarettenrook en oude pizza.

‘Wat is er?’ vroeg hij terwijl hij op de bank plofte.

Ik bleef staan. ‘Daan, wat zijn wij eigenlijk? Ik voel zoveel voor jou, maar soms lijkt het alsof jij… alsof jij me alleen ziet als het jou uitkomt.’

Hij keek me aan met die blik die alles en niets tegelijk zei. ‘Sanne, je bent leuk hoor, maar ik ben niet op zoek naar iets serieus. Ik dacht dat dat wel duidelijk was.’

Mijn keel kneep dicht. ‘Maar waarom stuur je me dan midden in de nacht berichtjes? Waarom geef je me hoop?’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Weet ik veel. Het is gewoon gezellig toch? Je moet niet alles zo serieus nemen.’

Ik voelde hoe de grond onder mijn voeten wegzakte. Alles waar ik wekenlang op had gehoopt, bleek een illusie.

Die nacht sliep ik bij Lotte. Ik huilde tot mijn ogen rood en gezwollen waren.

‘Je bent niet minder waard omdat iemand jou niet kiest,’ fluisterde ze terwijl ze een arm om me heen sloeg.

De dagen daarna voelde alles leeg. Op werk kon ik me niet concentreren; zelfs de katten van de buren konden me niet opvrolijken.

Mijn moeder kwam langs met appeltaart. ‘Soms moet je vallen om te leren wie je echt bent,’ zei ze terwijl ze mijn hand vasthield.

Langzaam begon het tot me door te dringen: misschien was het geen liefde geweest, maar een verlangen om gezien te worden. Misschien had ik Daan meer nodig gehad dan hij mij.

Op een zondagmiddag liep ik door het Vondelpark en zag stelletjes hand in hand lopen. Ik voelde geen jaloezie meer, alleen een soort rust.

Een paar weken later stuurde Daan weer een berichtje: ‘Hey Sanne, zin om wat te drinken?’

Ik keek naar het scherm en glimlachte. Voor het eerst voelde ik geen drang om meteen te antwoorden.

‘Nee, dankje,’ typte ik terug. ‘Ik ben nu even bezig met mezelf.’

Lotte was trots op me. Mijn moeder ook.

Nu vraag ik me af: hoeveel van ons verwarren verlangen met liefde? En hoeveel van ons durven uiteindelijk voor zichzelf te kiezen?