Na veertig jaar samen op vakantie zei ik eindelijk hardop wat niemand wilde horen
‘Dus eigenlijk vind jij ons saai geworden.’
Ik weet nog precies hoe stil het werd aan onze eettafel toen Els dat zei. De koffie was net ingeschonken, Jan had zijn appeltaart nog niet aangeraakt en mijn man Kees keek ineens heel nadrukkelijk naar het suikerpotje alsof daar een antwoord in zat. Ik voelde mijn wangen warm worden. ‘Dat zeg ik niet,’ zei ik, veel te snel. ‘Ik zeg alleen dat ik niet weer drie weken op dezelfde camping in de Dordogne wil zitten zonder iets te doen.’
Dat was het moment waarop ik wist: dit gaat niet meer alleen over een vakantie.
We gaan al bijna veertig jaar met dezelfde club. Eerst met kleine kinderen, een vouwwagen, natte handdoeken en blikken ravioli. Later met caravans, dan huisjes. Altijd dezelfde streek in Frankrijk, dezelfde markt op woensdag, dezelfde rosé, dezelfde grapjes. Het was jarenlang heerlijk vertrouwd. Als de kinderen ’s avonds sliepen, zaten wij met z’n allen onder een partytent kaarten. We hebben lief en leed gedeeld: sterfgevallen, ontslagen, huwelijken van onze kinderen, de eerste kleinkinderen.
Maar de laatste twee zomers zat ik daar en merkte ik dat ik me begon te ergeren aan dingen waar ik vroeger rust in vond. Om half tien naar de bakker, om elf uur koffie, tussen twaalf en vier vooral niet te veel doen ‘want het is warm’, eind van de middag een stukje lopen, dan eten. En als ik voorstelde om naar een abdij, een stadje of een wandeling in de omgeving te maken, kreeg ik steevast: ‘Joh, dat kan toch volgend jaar ook?’ of ‘Wij zijn juist op vakantie om niks te moeten.’
Het gekke is: ik begrijp dat ook wel. De meesten waren al jaren met pensioen. Kees stopte twee jaar geleden. Ik ben pas afgelopen voorjaar gestopt in het onderwijs. Na al die jaren rennen had ik gedacht dat ik eindelijk vrij zou zijn. Maar bij mij kwam er iets heel anders los. Ik wilde juist weg, zien, leren, bewegen. Niet meer leven volgens het rooster van iemand anders, maar ook niet verstijven in gewoonte.
In Frankrijk vorig jaar liep ik op een ochtend alleen naar Sarlat. Ruim een uur heen, in de hitte, maar ik voelde me levend. Ik dronk koffie op een plein, kocht een boekje over de streek en dacht: waarom doe ik dit niet vaker? Toen ik terugkwam, zei Henk lachend: ‘Daar heb je onze toerleider weer.’ Iedereen lachte mee. Ik ook. Maar het stak meer dan ik wilde toegeven.
Sindsdien ben ik stiller geworden in de groep. Minder appjes, minder enthousiasme. Kees merkte het natuurlijk. Laatst zei hij in de keuken: ‘Je hoeft je niet aan te passen om de lieve vrede te bewaren.’ Ik snauwde terug: ‘Nee, maar jij hoeft ook niet te doen alsof dit voor jou geen probleem is.’ Daar schrok ik zelf van. Want hij zat er precies tussenin. Hij houdt van de groep, van de vertrouwdheid. En hij houdt van mij. Dat maakte het voor hem misschien nog lastiger dan voor mij.
Toen ik dit jaar opperde om eens een andere bestemming te kiezen, ergens in de Elzas of de Ardèche, kwam er weinig reactie. Toen ik voorstelde om in elk geval twee of drie excursies te plannen, zei Els: ‘We gaan toch niet ineens een schoolreisje doen?’ Dat was nog met een grapje gebracht, maar ik voelde de afwijzing.
Dus kwam ik met het voorstel waarvan ik zelf ook al wist dat het gevoelig lag. Ik zei dat het misschien leuk zou zijn om dit jaar een paar andere mensen een deel van de vakantie aan te laten haken. Een oud-collega van mij en haar man bijvoorbeeld, ook net met pensioen, sportief, cultureel geïnteresseerd. Niet ter vervanging, zei ik nog, maar als aanvulling. Voor wat nieuwe energie.
Daar ging het mis.
‘Aanvulling waarop precies?’ vroeg Jan.
‘Op ons?’ zei Els. ‘Wij zijn dus niet genoeg meer?’
Kees probeerde nog: ‘Anja bedoelt volgens mij dat—’
‘Nee,’ onderbrak ik hem, omdat ik zat was dat hij het glad wilde strijken. ‘Ik bedoel dat ik me de laatste jaren niet meer op mijn plek voel zoals het nu gaat.’
Daarna kwamen alle woorden waar veertig jaar geschiedenis aan vastzat. Loyaliteit. Verwachtingen. Verwennen. Moeite doen. Veranderen om het veranderen. Els zei dat vriendschap ook betekent dat je elkaar accepteert zoals je bent. Ik zei dat dat niet hetzelfde is als jezelf wegcijferen. Henk zei: ‘Je kunt toch gewoon af en toe zelf iets gaan doen?’ En daar had hij op zich gelijk in, maar ik wilde niet nog drie weken de uitzondering zijn binnen een groep waar ik me ooit zo thuis voelde.
Toen iedereen weg was, hebben Kees en ik lang aan tafel gezeten. De kruimels lagen er nog. Hij zei zacht: ‘Als ik eerlijk ben, wil ik ook niet meer precies hetzelfde als tien jaar geleden. Maar ik heb minder last van herhaling dan jij.’
‘Ga jij dan met hen,’ zei ik. Ik meende het half en hoopte dat hij nee zou zeggen.
Hij zweeg lang. ‘Ik wil niet kiezen tussen mijn vrouw en mijn vrienden.’
‘Maar misschien is niet kiezen ook kiezen,’ zei ik.
De weken daarna appte de groep alleen nog praktisch. Datum, huisje, aanbetaling. Niemand noemde het gesprek. Juist dat vond ik pijnlijk. Alsof mijn onrust iets was wat je kon wegpoetsen met een linkje van een vakantiewoning.
Vorige week hebben Kees en ik uiteindelijk besloten dat we het anders gaan doen. Voor het eerst in veertig jaar gaan we niet drie weken volledig met de groep mee. We gaan eerst tien dagen samen naar Lyon en de omgeving. Trein, kleine hotels, musea, wandelen, gewoon kijken waar we zin in hebben. Daarna rijdt Kees door naar de Dordogne voor een week bij de groep. Ik ga dan naar mijn oud-collega in de Auvergne, en thuis zien we elkaar weer.
Toen Kees het in de groepsapp zette, bleef het lang stil. Uiteindelijk stuurde Els: ‘Jammer, maar duidelijk. We moeten er misschien aan wennen dat niet alles hetzelfde blijft.’ Dat was niet warm, maar ook niet hard. Voor Els was dat bijna veel.
Ik vind het nog steeds verdrietig. Niet eens omdat de vakantie verandert, maar omdat ik onder ogen moest zien dat een hechte vriendschap niet automatisch meegroeit met wie je wordt. Soms heb je elkaar jarenlang lief op precies dezelfde manier, tot die manier niet meer past.
Ik leer nu dat trouw zijn aan anderen niet mag betekenen dat je ontrouw wordt aan jezelf. Hebben jullie ook gemerkt dat oude vriendschappen onder druk komen te staan als je levensfase verandert, en hoe zijn jullie daarmee omgegaan?