‘Ben ik ineens egoïstisch omdat ik na veertig jaar níét meer alles voor onze vriendengroep wil regelen?’

‘Nee, ik ga het niet doen.’ Ik zei het harder dan ik wilde, met mijn hand nog om de koffiekop. Aan onze eettafel werd het meteen ongemakkelijk stil. Henk keek eerst naar mij en toen naar de groepsapp die openstond op zijn telefoon. We zaten net aan de zondagse koffie, appeltaart van gisteren erbij, en daar stond weer zo’n bericht van Anja: ‘Zullen we anders alvast iets prikken voor september? Marianne weet vast wel wat leuks 😊’

Ik voelde mijn kaken op elkaar gaan. Vast wel wat leuks. Alsof dat vanzelf uit mij kwam, alsof ik een soort uitje-automaat was.

‘Het is maar een huisje zoeken,’ zei Henk. ‘Je doet net alsof ze je vragen om een flat te verbouwen.’

‘Het gaat niet om dat huisje,’ zei ik. ‘Het gaat erom dat ik al veertig jaar alles doe. De etentjes, de reserveringen, de data prikken, rekening houden met dieetwensen, wie niet op vrijdag kan vanwege de kleinkinderen, wie liever niet te ver rijdt. Ik ben er klaar mee.’

Hij zuchtte, zo’n zucht die me nog bozer maakte. ‘Maar jij bent er gewoon goed in. En als jij het niet doet, gebeurt het niet.’

Precies dat dus.

We hebben al sinds begin jaren tachtig dezelfde vriendengroep: drie stellen, later vier, toen de kinderen klein waren gingen we kamperen in Zeeland, later etentjes, wandelen, met Hemelvaart een weekend weg. Alles verschoof mee met het leven, behalve mijn rol. Ik regelde. Eerst vond ik dat leuk. Ik werkte in het basisonderwijs, was gewend om te plannen, lijstjes te maken, overal aan te denken. Mensen zeiden dan: ‘Wat zouden we zonder jou moeten?’ En dat voelde toen als waardering.

Sinds ik twee jaar met pensioen ben, voelt het anders. Alsof ik uit een betaalde baan ben gestapt en ongemerkt in een andere ben doorgerold, zonder salaris en zonder vrije dagen. In plaats van rust kreeg ik steeds appjes. ‘Zou jij…?’ ‘Weet jij…?’ ‘Kun jij even…?’ Zelfs voor een simpele lunch in de stad wachtte iedereen af.

De eerste keer dat ik probeerde los te laten, was in maart. Ik reageerde expres niet in de groepsapp. Twee dagen bleef het stil. Toen stuurde Kees: ‘Ligt het stil of is Marianne nog iets aan het uitzoeken?’ Ik las het drie keer. Niet kwaad bedoeld misschien, maar ik voelde me klein worden.

’s Avonds zei ik tegen Henk: ‘Zie je nou? Ze verwachten het gewoon.’

Hij haalde zijn schouders op. ‘Ja, omdat jij het altijd deed.’

‘Maar waarom pakt niemand het dan op?’

‘Omdat jij het beter doet.’

Dat was voor hem een compliment. Voor mij klonk het als een gevangenis.

Vorige week escaleerde het een beetje. We zaten met z’n achten bij Loetje in Amersfoort. Leuke avond, goed eten, maar ik voelde al aan alles waar het naartoe ging. Na het hoofdgerecht zei Anja: ‘Zeg Mar, heb jij al iets gezien voor ons weekendje? Vorig jaar in Drenthe was zó gezellig.’

Ik legde mijn mes neer. ‘Nee. Ik ga het dit jaar niet regelen.’

Ze lachte eerst, alsof ik een grap maakte. ‘Nou, jij weet altijd van die fijne plekjes.’

‘Dat kan best zijn,’ zei ik, ‘maar iemand anders mag het nu doen.’

Het werd stil. Niet dramatisch stil, meer dat ongemakkelijke restaurantstil waarbij iedereen ineens heel geïnteresseerd is in zijn waterglas.

Peter zei uiteindelijk: ‘Ja hoor, als het moet kan ik wel even op internet kijken.’

Als het moet.

Op de terugweg in de auto begon Henk. ‘Dat had je ook anders kunnen brengen.’

‘Hoe dan? Met een PowerPoint?’

‘Je hoeft niet zo scherp te doen. Mensen schrokken ervan.’

Ik keek naar de donkere A1 voor ons. ‘Ik schrok er zelf ook van, Henk. Dat ik dus blijkbaar pas gezien word als ik iets regel.’

‘Dat is onzin.’

‘Is het? Wanneer heeft iemand voor het laatst aan mij gevraagd of ik er eigenlijk nog zin in heb?’

Thuis hebben we er echt ruzie over gehad, iets wat we zelden hebben. Henk is geen vervelende man. Hij houdt van die avonden, van de vertrouwdheid, van de vaste plekken in ons leven. Hij is bang dat als ik stop, de boel verwatert. En eerlijk: die kans is er. Vriendschappen hebben onderhoud nodig.

Maar ik zei tegen hem: ‘Waarom moet dat onderhoud altijd uit mijn handen komen? Waarom is de conclusie niet: dan doen we het samen, of iemand anders? Waarom is de conclusie steeds dat ik maar weer moet toegeven?’

Daar had hij niet direct antwoord op.

Een paar dagen later belde Anja. Geen verwijt in haar stem, eerder iets onhandigs. ‘Gaat het wel goed met je? Je klinkt de laatste tijd zo… moe.’

Dat raakte me meer dan ik had verwacht. Ik zei: ‘Ja. Maar ik bén ook moe, Anja. Niet van jullie als mensen. Wel van altijd degene zijn die het trekt.’

Aan de andere kant bleef het even stil. Toen zei ze: ‘Ik denk dat we daar te makkelijk in zijn geworden.’

Voor het eerst voelde ik geen boosheid, maar opluchting. We praatten twintig minuten. Over hoe rollen in een groep vastroesten. Over dat ik vroeger ook moeilijk nee zei omdat ik graag nodig wilde zijn. Dat laatste was pijnlijk om hardop te zeggen, maar wel waar.

Sindsdien is er nog geen vakantie geboekt. Peter heeft één huisje doorgestuurd, Kees vergat te reageren, Anja stelde voor om anders een keer gewoon één nachtje weg te gaan. Het is rommelig, trager, minder strak georganiseerd. Henk moppert af en toe nog steeds. ‘Zie je wel, zo gaat het mis.’ En soms twijfel ik dan. Dan wil ik bijna alweer lijstjes maken, gewoon om van het gedoe af te zijn.

Maar gisteren gebeurde er iets kleins. In de app stond ineens: ‘Ik heb voor 12 oktober een wandelroute uitgezocht op de Veluwe. Daarna pannenkoeken bij Hoenderloo. Wie gaat mee? Groet, Peter.’ Simpel, niet perfect, waarschijnlijk moeten we straks alsnog ergens parkeren in de berm omdat hij niet gereserveerd heeft. Maar ik keek ernaar en dacht: zie je wel. De wereld vergaat niet als ik mijn handen ervan aftrek.

Misschien verandert onze vriendengroep hierdoor. Misschien worden sommige dingen minder vanzelfsprekend. Misschien vinden sommigen me lastig geworden. Maar ik begin te begrijpen dat harmonie die alleen blijft bestaan omdat één iemand zichzelf voortdurend wegcijfert, geen echte harmonie is.

Ik ben nog steeds hun vriendin, maar niet langer hun onofficiële secretaresse. Hebben jullie ook weleens na jaren een vaste rol in een vriendschap of familie moeten loslaten, en hoe reageerden de anderen daarop?