‘Waarom ben ik altijd degene die alles moet doen?’ – Een dag uit mijn leven als moeder in Utrecht
‘Mam, gaan we nu eindelijk met de auto’s spelen? Je hebt het beloofd!’
De stem van Daan, mijn vijfjarige zoon, sneed dwars door het gerinkel van bestek in de gootsteen. Ik stond met mijn handen in het sop, terwijl de messen en vorken als een onoverzichtelijke berg op elkaar lagen. Op het aanrecht lag een half ontvelde kipfilet, wachtend op mijn aandacht. De klok boven het fornuis tikte genadeloos verder. ‘Daan, nog heel even, goed? Mama moet dit even afmaken.’
Zijn gezicht vertrok. ‘Dat zeg je altijd…’
Ik zuchtte diep. Mijn hoofd bonkte. Het leek alsof ik al de hele dag alleen maar achter iedereen aanliep. De wasmand puilde uit, de vloer plakte van het sap dat vanochtend was omgevallen, en nu keek Daan me aan met die grote, verwachtingsvolle ogen. Ik voelde me schuldig, maar ook boos. Waarom moest ik altijd alles doen?
‘Waar is papa?’ vroeg Daan, terwijl hij met zijn autootje over de rand van de tafel reed.
‘Papa is werken, lieverd. Hij komt straks thuis.’
‘Papa zegt dat hij moe is als hij thuiskomt. Maar jij bent ook altijd moe.’
Ik slikte. ‘Ja, mama is ook moe. Maar iemand moet het toch doen, hè?’
Daan keek me aan, alsof hij voor het eerst begreep dat ik ook een mens was. Maar het moment was snel voorbij. ‘Mag ik dan nu een koekje?’
‘Nee, straks bij de thee.’
Hij stampte boos weg. Ik hoorde zijn voetstappen op de trap. Even voelde ik me leeg. Ik keek naar de kipfilet, naar de afwas, naar de klok. Over een uur zou Mark thuiskomen. Dan moest het eten klaar zijn, het huis enigszins toonbaar, en moest ik vooral niet klagen. Want Mark werkte hard, dat wist ik. Maar soms voelde het alsof mijn werk – het huishouden, de kinderen, alles draaiende houden – onzichtbaar was.
Mijn telefoon trilde. Een appje van mijn moeder: ‘Hoe gaat het, lieverd?’
Ik wilde antwoorden: ‘Ik trek het niet meer. Ik ben op. Waarom ziet niemand dat?’ Maar ik typte: ‘Gaat wel. Druk, zoals altijd.’
De deurbel ging. Ik schrok op. Daan stormde naar beneden. ‘Mag ik open doen?’
‘Nee, wacht even, ik kijk wel.’
Het was de buurvrouw, mevrouw De Vries. ‘Hoi Sanne, ik wilde even vragen of je morgenmiddag op mijn kat kunt passen? Ik moet naar de dokter.’
Ik glimlachte beleefd, terwijl ik inwendig schreeuwde. Nog iets erbij. ‘Natuurlijk, geen probleem.’
‘Je bent een schat. Je doet altijd zoveel voor iedereen.’
Ik knikte, maar voelde me allesbehalve een schat. Ik voelde me een uitgewrongen vaatdoek.
Toen Mark thuiskwam, was het huis niet opgeruimd. De kip was aangebrand, Daan had zijn speelgoed door de woonkamer verspreid, en ik zat op de bank met mijn hoofd in mijn handen.
‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg Mark, terwijl hij zijn jas uitdeed.
‘Het was gewoon een drukke dag,’ mompelde ik.
‘Je zit toch de hele dag thuis? Hoe kan het dan zo’n bende zijn?’
Die woorden. Ze raakten me als een klap in mijn gezicht. ‘Omdat ik niet alleen maar zit, Mark! Ik ben de hele dag bezig. Met Daan, met het huishouden, met alles!’
‘Rustig maar, ik bedoelde het niet zo…’
‘Nee, je bedoelt het nooit zo. Maar je zegt het wel. Alsof wat ik doe niet telt. Alsof ik niks doe.’
Daan stond in de deuropening, zijn autootje in zijn hand. ‘Mama, niet huilen…’
Ik veegde snel mijn ogen af. ‘Het is goed, lieverd. Mama is gewoon een beetje moe.’
Mark kwam naast me zitten. ‘Sorry, Sanne. Het is ook niet makkelijk. Maar ik ben ook moe, snap je?’
‘Ja, dat snap ik. Maar soms wil ik gewoon dat iemand ziet wat ik allemaal doe. Dat het niet vanzelfsprekend is.’
We zaten even stil. Daan kroop tussen ons in. ‘Zullen we samen met de auto’s spelen?’
Ik glimlachte flauwtjes. ‘Ja, laten we dat doen.’
Terwijl ik met Daan op de grond zat, voelde ik de vermoeidheid in mijn lijf. Maar ook een sprankje hoop. Misschien moest ik vaker zeggen wat ik voelde. Misschien moest ik niet alles alleen willen doen.
’s Avonds, toen het huis stil was en Mark naast me lag te slapen, staarde ik naar het plafond. Mijn gedachten maalden. Waarom is het zo moeilijk om te zeggen dat je het niet meer trekt? Waarom verwachten mensen altijd dat je alles aankunt, alleen omdat je het altijd gedaan hebt?
Hebben jullie dat ook wel eens, dat je het gevoel hebt dat niemand ziet hoeveel je doet? Of dat je gewoon even wilt dat iemand zegt: ‘Goed gedaan, ik zie je’? Wat zouden jullie doen in mijn plaats?