Ik dacht dat ik gewoon iets gezonds dronk, tot de huisarts me recht aankeek en zei dat ik daar meteen mee moest stoppen
“Gebruik je supplementen, kruiden, detox-thee of dat soort dingen?” vroeg mijn huisarts, terwijl hij zijn bril iets omhoog schoof. Ik zat daar met klamme handen op die harde stoel en voelde me opeens dom. Alsof ik iets stoms moest opbiechten.
“Alleen vitamine D… en eh, guavebladthee,” zei ik. “Gewoon van die losse thee. Omdat het gezond zou zijn.”
Hij keek op van zijn scherm. “Hoe vaak drink je dat?”
Ik haalde mijn schouders op, maar ik wist het antwoord al. Te vaak. “Twee, drie mokken per dag. Soms meer.”
Dat was het moment waarop mijn maag echt omdraaide. Ik was al weken moe, misselijk, licht in mijn hoofd en ik had van die rare buikklachten waar ik me voor schaamde. Niet heftig genoeg om direct alarm te slaan, wel vervelend genoeg om steeds te denken: morgen gaat het vast beter. Ik ben 41, werk op een administratiekantoor in Amersfoort en ben niet iemand die voor elk dingetje naar de huisarts rent. Dus ik had het eerst op stress gegooid. Op slecht slapen. Op de overgang, ook al vond ik mezelf daar nog net te jong voor.
Het begon eigenlijk heel onschuldig. In een Facebookgroep over gezonder leven zag ik allerlei vrouwen enthousiast schrijven over guavebladthee. Goed voor je bloedsuiker, goed voor je spijsvertering, goed voor afvallen, minder ontstekingen, betere huid — het bekende lijstje waar altijd “baat het niet, dan schaadt het niet” omheen hangt. Mijn collega Sharon zei nog: “Joh, tegenwoordig is alles ineens een wondermiddel.” Ik lachte dat weg.
“Nee, maar dit is gewoon een plant,” zei ik toen. “Kan toch niet zo’n kwaad?”
Thuis maakte ik er een ritueel van. Waterkoker aan, grote mok, beetje honing erbij. Ik vond het idee prettig dat ik eindelijk eens iets goeds voor mezelf deed. Na de scheiding vorig jaar was ik nogal zoekende geraakt. Ik at rommelig, sliep slecht en had constant het gevoel dat ik achter de feiten aanliep. Die thee voelde bijna als grip.
Alleen begon ik na een week of drie juist meer last te krijgen. Eerst dunnere ontlasting. Daarna misselijkheid. Een paar keer werd ik op kantoor ineens zo draaierig dat ik stiekem een Liga uit de automaat trok omdat ik dacht dat mijn suikers te laag waren. Mijn dochter van zestien zei op een avond aan tafel: “Mam, je ziet echt een beetje grauw.”
“Valt mee,” zei ik. Dat zei ik de laatste tijd over alles.
Mijn ex, waar ik ondanks alles nog redelijk mee kan overleggen vanwege de kinderen, appte zelfs: Gaat het wel? Je klinkt zo vlak.
Maar ik wilde niet toegeven dat ik me beroerd voelde door iets waarvan ik zelf had besloten dat het gezond was. Dat is misschien nog het gênantste. Ik bleef het drinken, juist omdat ik dacht dat mijn lichaam moest wennen. Alsof ik mezelf wilde bewijzen dat ik niet wéér ergens half aan begon en dan opgaf.
De huisarts was gelukkig niet belerend. Dat maakte het bijna erger. Hij draaide zijn scherm iets naar me toe en zei: “Natuurlijk betekent niet automatisch onschuldig. Kruiden en plantenthees kunnen wel degelijk effect hebben, zeker als je veel gebruikt of als je gevoelig reageert. En bij maag-darmklachten zien we dat vaker.”
“Dus het komt door die thee?” vroeg ik.
Hij bleef nuchter, zoals huisartsen hier vaak zijn. “Dat weten we niet honderd procent. Maar het kan bijdragen. Stop er in elk geval direct mee. We doen bloedonderzoek om andere dingen uit te sluiten, en jij gaat de komende dagen gewoon normaal eten, genoeg drinken en bijhouden hoe het gaat.”
Ik voelde me rood worden. “Ik dacht echt dat ik goed bezig was.”
Hij knikte. “Dat geloof ik meteen. Maar internet is geen bijsluiter.”
Die zin bleef hangen.
De uitslagen waren gelukkig verder geruststellend. Geen grote afwijkingen, geen enge diagnose, alleen waarschijnlijk een combinatie van een gevoelige maag, te weinig normaal eten en iets drinken waar mijn lijf niet lekker op ging. Binnen anderhalve week zonder die thee voelde ik me al een stuk beter. Niet ineens als herboren, gewoon… stabieler. Minder misselijk. Minder wazig in mijn hoofd.
Het confronterende was niet eens dat die thee me waarschijnlijk niet goed deed. Het was vooral hoe graag ik wilde geloven in een simpele oplossing. Dat als ik maar het juiste “gezonde” ding kocht, ik me vanzelf beter, lichter, rustiger zou voelen. Terwijl ik eigenlijk moe was van verdriet, te veel werken en te weinig voor mezelf zorgen op een normale manier.
Laatst stond ik weer in de keuken met de waterkoker in mijn hand. Mijn dochter riep uit de woonkamer: “Mam, doe je wel gewoon thee deze keer?” Ik moest lachen. “Ja hoor, gewoon muntthee. Lekker saai.”
En eerlijk? Dat voelde ineens als winst.
Ik heb geleerd dat gezond doen niet hetzelfde is als goed voor jezelf zorgen. Soms zit dat niet in een hype of een kruidenzakje, maar in eerder naar je lichaam luisteren en durven toegeven dat je niet alles zelf hoeft uit te zoeken. Hebben jullie ook weleens iets geprobeerd omdat het online zo gezond leek, en pakte dat toch anders uit dan je dacht?