Na veertig jaar vriendschap voelde ik me ineens een vreemde aan onze eigen eettafel
‘Dus die kaas zetten jullie hier gewoon nog neer?’ zei Anja, terwijl ze haar tas op de grond zette en naar mijn borrelplank keek alsof ik iets smerigs had uitgespreid. Ik stond met een mes in mijn hand bij het aanrecht, de oven nog aan voor de mini-quiches die Henk altijd lekker vond. Ik voelde meteen die bekende spanning in mijn buik. Mijn man Kees keek even naar mij, zo’n blik van: laat maar, begin niet. Maar het was mijn eigen huis, mijn eigen verjaardag nog wel, en toch had ik alweer het gevoel dat ik me moest verantwoorden.
We kennen Anja en Henk al sinds 1984. Onze kinderen zaten tegelijk op zwemles, later gingen we samen kamperen in Frankrijk, oppassen op elkaars huis, ziekenhuizen in en uit, begrafenissen, gouden bruiloften van ouders. Er was een tijd dat we met kerst niet eens hoefden af te spreken, want het sprak vanzelf dat we samen waren. Ze zijn geen gewone vrienden voor ons. Eerder familie die je zelf kiest.
Na hun pensioen veranderde er iets. Nou ja, vooral bij Anja. Eerst vond ik het eigenlijk bewonderenswaardig. Ze viel af, had meer energie, las zich in, kookte fanatiek anders. Geen vlees, geen vis, geen zuivel, geen alcohol. Prima, dacht ik. We namen een fles alcoholvrije bubbels mee, ik zocht recepten op met haverroom en edelgistvlokken, al wist ik amper wat het was. Ik deed echt mijn best.
Maar het bleef niet bij haar eigen keuze. Bij elk etentje kwam er iets.
‘Weet je wel wat er achter deze garnalen zit?’
‘Ik kan die lucht van gebakken vlees echt niet meer verdragen.’
‘Tja, wij willen daar gewoon niet meer medeplichtig aan zijn.’
Nooit een grote ruzie, nooit geschreeuw. Juist dat rustige maakte het zo vermoeiend. Alsof wij steeds een beetje minder fatsoenlijke mensen waren geworden, alleen omdat Kees graag een stukje oude kaas at bij de borrel en ik op vrijdag een slavink haalde bij de slager.
Henk probeerde het vaak te verzachten. ‘Ach, laat ook maar, ieder z’n ding,’ zei hij dan, en dan schonk hij zichzelf bijna verontschuldigend een glaasje spa rood in. Maar je zag aan alles dat hij ertussen zat. Als Anja sprak, trok hij zijn schouders iets op, alsof hij kleiner wilde worden.
De echte klap kwam in april, toen we bij hen thuis waren om onze jaarlijkse vakantie te bespreken. Al bijna twintig jaar huren we ergens een huisje, meestal in Zeeland of de Ardennen. Kaarten op tafel, agenda’s erbij, altijd gezellig. Tot Anja haar notitieboekje pakte.
‘Ik wil iets voorstellen,’ zei ze. ‘Als we samen weggaan, dan wil ik het voortaan alleen nog doen als het volledig plantaardig en alcoholvrij is. Ook in huis. Anders voelt het voor mij niet langer ethisch om daar onderdeel van te zijn.’
Ik dacht eerst dat ik haar verkeerd verstond. Kees zette zijn glas neer. ‘Wacht even,’ zei hij, ‘je bedoelt dat wij op vakantie geen wijntje meer mogen drinken en niet zelf mogen koken wat we willen?’
‘Mogen is niet het woord,’ zei Anja. ‘Jullie zijn vrij om je keuzes te maken. Maar dan kiezen wij ervoor om daar niet aan mee te doen.’
Ik voelde mijn wangen heet worden. ‘Maar samen weggaan was toch juist omdat we elkaar al zo lang kennen? Niet omdat we precies hetzelfde eten?’
Anja zuchtte. ‘Marian, dit gaat niet alleen over eten. Dit gaat over waarden.’
En toen flapte ik eruit wat al maanden in me zat. ‘Nee, het gaat inmiddels ook over superioriteit. Ik ben er zó klaar mee dat ik me in mijn eigen huis schuldig moet voelen om een blokje kaas.’
Het werd stil. Heel stil. Alleen de klok in hun keuken en buiten een scooter die langsreed. Henk keek naar zijn handen. Kees zei: ‘We hoeven het niet overal over eens te zijn om elkaar fatsoenlijk te behandelen.’
Anja stond op en begon kopjes bij elkaar te zetten, veel harder dan nodig. ‘Als jullie het zo ervaren, dan is dat jammer.’ Dat “jammer” klonk alsof er een deur dichtging.
We zijn eerder weggegaan dan normaal. In de auto terug over de A12 zei Kees eerst niks. Pas bij Woerden zei hij: ‘Misschien zijn we ze gewoon kwijt.’ Ik vond dat erger dan ik had verwacht. Ik was boos, ja, maar vooral verdrietig. Alsof iemand aan veertig jaar herinneringen zat te morrelen.
Een week later belde Henk. Gewoon op de vaste lijn, zoals vroeger. Hij zei: ‘Ik wilde even horen hoe het met jullie is.’ We praatten eerst over niks: de kleinkinderen, de regen, zijn knie. Toen zei hij zacht: ‘Het loopt uit de hand, hè?’
Ik zei: ‘Ja.’ Meer kreeg ik er niet uit.
Hij vertelde dat Anja zich na haar pensioen ergens in vastgebeten had. Dat het haar houvast gaf, richting, misschien ook een nieuw doel nu het werk weg was. ‘Ik snap veel van wat ze zegt,’ zei hij. ‘Maar ik mis ook gewoon… dat we met elkaar konden zijn zonder meetlat.’
Die zin bleef hangen.
Twee weken later hebben we afgesproken in een lunchcafé in Gouda. Neutraal terrein. Geen borrelplank, geen oven, geen wijnglazen. Alleen koffie en voor ieder wat. Anja kwam gespannen binnen, ik waarschijnlijk ook. Het gesprek was niet warm en ook niet rampzalig. Meer pijnlijk eerlijk.
Ik zei: ‘Ik respecteer echt dat jij anders wilt leven. Maar ik ga niet doen alsof mijn manier van leven immoreel is elke keer dat we elkaar zien.’
Kees zei: ‘Als we bij jullie eten, eten we mee. Zonder gedoe. Maar bij ons thuis bepalen wij zelf wat er op tafel staat.’
Henk knikte meteen. Anja niet. Ze vroeg: ‘En als ik dat niet kan loszien?’
Toen zei ik iets wat ik zelf moeilijk vond: ‘Dan moeten we elkaar misschien minder zien dan vroeger. Niet omdat ik je weg wil hebben, maar omdat ik mezelf ook niet kwijt wil.’
Ze keek uit het raam en ik zag voor het eerst geen strijdlust, maar verdriet. ‘Ik had gedacht dat echte vrienden met je meegroeien,’ zei ze.
‘Misschien wel,’ zei ik. ‘Maar meegroeien is niet hetzelfde als meelopen.’
Sindsdien is het anders. Voorzichtiger. Minder vanzelfsprekend. We zien elkaar nog, vaker voor koffie of wandelen langs de Reeuwijkse Plassen dan voor lange diners. Ik mis hoe het was. Misschien komt dat nooit helemaal terug. Maar ik ben ook opgelucht dat ik eindelijk heb gezegd waar mijn grens ligt.
Ik heb geleerd dat een lange vriendschap veel kan dragen, maar niet alles stilzwijgend hoeft te verdragen. Hebben jullie weleens een dierbare vriendschap zien veranderen door overtuigingen of levenskeuzes, en hoe ben je daar toen mee omgegaan?